zich lenen voor
reflexief werkw.
| Uitspraak: | [ˈlenə(n) vor] |
| Vervoegingen: | leende zich voor (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft zich geleend voor (volt.deelw.) |
1) geschikt zijn voor | Voorbeeld: | `Niet al het werk leent zich voor telewerken.` | |
2) (van personen) meewerken aan | Voorbeeld: | `Dat een serieuze acteur zich leent voor zo'n onnozel promotiefilmpje!` | |
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van lenen voor?
De verleden tijd van lenen voor is 'leende zich voor'. Het voltooid deelwoord is 'heeft zich geleend voor'.
Wat betekent lenen voor?
'geschikt zijn voor' en '(van personen) meewerken aan'
Hoe spel je lenen voor?
lenen voor spel je L E N E N Spatie V O O R Op andere websites
Zoek lenen voor in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek lenen voor op
Google
Zoek lenen voor op
Woordenlijst.org
Zoek lenen voor in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek lenen voor op
Wikipedia